Dit had ik tien jaar geleden moeten weten

Auteur: Alex de Jong // Foto: Freddy Schinkel

Uitgever Rinus van Warven

Eerder zat hij in een ‘groot grachtenpand’ aan de Vloeddijk. Tien jaar lang. Recentelijk wandelde hij het Ondernemershuis Kampen binnen, op zoek naar een nieuwe plek. Binnen een uur wist hij het zeker. Hier wilde hij zitten. ‘In het grachtenpand was het overdag eerst plezierig stil, maar op een gegeven moment te stil.’ Dat is in het Ondernemershuis Kampen wel anders. ‘De aanwezigheid van meerdere huurders creëert een bijzondere energie.’

Hij zat er nog maar één dag – nog niet eens als gebruiker van de vaste werkplek, maar alleen nog maar om zijn spullen van de Vloeddijk naar de Cellebroedersweg te verhuizen -, maar verzuchtte aan het einde van die dag al: ‘Wat heerlijk om hier te zijn, samen met zoveel andere mensen. Ik heb dat gemist.’ Er waren dagen, zo vertelde hij toen, dat hij meer naar de muur staarde, dan dat hij echt effectief aan het werk was. ‘Soms kun je je ook verliezen in de stilte en je eigen gedachten…’ In het Ondernemershuis Kampen houden de andere huurders Rinus wel bij de les, zo lijkt het.

Stimulerende omgeving

Ondernemershuis kampen betekent ‘collega’s’. Dat betekent minder stilte. Rumoer. Grappen en grollen. Maar ook een professionele omgeving waar mensen werken. Dat stimuleert Rinus. ‘Ik vind het fijn om in een omgeving te werken waar meer mensen zitten die met PR, communicatie, uitgeven en vormgeven bezig zijn; mensen die duidelijk raakvlakken hebben met mijn vak. De aanwezige ondernemers kunnen elkaar alleen maar versterken’, stelt hij. ‘Dan gaat het er nog niet eens om dat we elkaar opdrachten toespelen, of samen dingen ontplooien, maar meer dat je elkaar stimuleert, simpelweg door er te zijn en met ons vak bezig te zijn.’

Ook bevalt het hem heel erg dat hij nu ‘ineens’ collega’s heeft aan wie hij zo nu en dan een dilemma kan voorleggen, of gewoon eens een vakinhoudelijke vraag kan stellen, zodat hij er niet zelf teveel mee hoeft te worstelen. ‘Soms is dat alleen maar even een vraag als ‘hoeveel pixels moet een illustratie hebben voor een bepaalde toepassing?’.’ Voor Rinus is het duidelijk een stimulans om in een dynamische omgeving werkzaam te zijn. Met een brede grijns: ‘Natuurlijk werkte ik voorheen ook. Anders zou ik mijn brood niet hebben kunnen verdienen, maar het was anders. Als ik eerder een slecht gevoel bij een manuscript of een gesprek had, dan kon me dat de hele dag achtervolgen. Nu leg ik het aan collega’s voor, hebben we het er even over en ben ik het, door de input en meningen van anderen, veel sneller kwijt. Ik kan zoiets gemakkelijker een plekje geven en loslaten.’ Dat alles, maar ook de sfeer, doet hem veel. ‘Wat is er nu leuker dan ’s ochtends bij binnenkomst van collega’s te moeten horen ‘moet ik nu de hele dag tegen jouw kop aankijken?’ Dat soort opmerkingen relativeren, zetten de toon, maken de sfeer meteen heerlijk ontspannen. Je begint je dag met een lach.’

Zakelijker werken in het ondernemershuis

‘Hier, in het Ondernemershuis Kampen, zit ik in een veel zakelijker context dan voorheen. Dat was een kantoorruimte boven een kerk. Goed voor de pastorale gesprekken, maar niet de zakelijke omgeving waarin mijn uitgeverij goed tot zijn recht kwam. Deze plek past heel goed bij wie ik ben en bij wie ik wil zijn. Daar durfde ik vaak geen ‘nee’ te zeggen, omdat iemand erg aardig was en ik hem of haar niet wilde teleurstellen, maar nu kijk ik veel zakelijker naar een manscript en stuur ik soms vijf minuten nadat ik neig naar een negatief oordeel, al een mail naar de persoon in kwestie om het slechte nieuws te brengen. Dat creëert enorm veel ruimte in mijn hoofd. Heerlijk.’

Wat hij ook erg ‘heerlijk’ vindt is dat hem, tien minuten na binnenkomst, al wordt gevraagd of hij een kopje koffie wil. ‘Eerder, in mijn andere kantoor, bedacht ik ook wel eens dat ik koffie wilde, maar vergat dat dan weer omdat ik werd afgeleid. Nu krijg ik binnen tien minuten die beloofde koffie.’ Deze hartelijke gastvrijheid maakt weer dat hij zelf ook met ‘enorm veel plezier’ even naar de bakker gaat om lekkere koeken te halen. ‘Het maakt het zo leuk om dat weer met collega’s te kunnen delen.’ Echt, terug naar waar hij vandaan kwam, wil hij nooit meer. ‘Dit kleinschalige spreekt me heel erg aan. Dit had ik tien jaar geleden moeten weten…’